Collecte

Collecte

De buurman was net geopereerd aan zijn been en mijn vrouw had plotseling de griep. Ik moest dus in mijn eentje gaan collecteren voor Reuma Nederland. Met een collectebus mocht ik de hele straat afschooien; zo’n 120 adressen. Ik had het trouwens graag over voor de medemens, maar er zijn volgens mij makkelijkere manieren om goed karma op te bouwen. Dat weet ik eigenlijk wel zeker.

Aanvankelijk hoefde ik me alleen maar te ergeren aan de mensen die wel thuis waren, maar niet open deden. Ik zag licht branden, hoorde soms zelfs de tv aan staan en voelde gewoon dat ik werd gemeden, omdat ik een collectebus bij me had. Alsof ik een hoestende tbc-patiënt was of een pedofiele jehovah. Hier en daar werd zelfs op de bovenverdieping een gordijntje verschoven en zag ik zo’n gierigaard door het raam gluren.

Maar het kon erger, veel erger. Vrekken die wel open deden, maar dan een totaal misplaatste reactie gaven. Om te beginnen: ‘Nee, dank je wel.’ Dank je wel? Waarvoor? Het was geen bedankje voor iets wat ik had gegeven of een afwijzing van iets wat ik had aangeboden. Waar sloeg dit op?

De meest stompzinnige reactie was echter: ‘Geen interesse.’ Hoezo, geen interesse? Ik was toch geen colporteur die iets onzinnigs wilde aansmeren? Of was het gewoon geen interesse in mensen die elke dag verrekken van de pijn doordat ze reuma hebben? Het liefst had ik deze mensen toegebeten: ‘Ik begrijp u volkomen en ik wens u nog een heel lang en vooral heel pijnlijk leven.’ Maar ja.

Gelukkig waren er ook mensen die wel gul gaven of gewoon een goede reden hadden om niets te geven. En dan was er nog dat buitenlandse jongetje. Ik schatte hem een jaar of tien. Hij was duidelijk de tolk van het gezin. Zijn moeder en wat oudere kinderen kon ik door de geopende deur in de kamer zien staan. ‘Waar is het voor?’, vroeg hij mij. ‘Voor reumapatiënten’, antwoordde ik. ‘Wat is reuma?’ ‘Dat is als je heel veel pijn hebt aan bijvoorbeeld je handen of je knieën.’ Hij stak z’n hand in z’n zak, haalde er twee euro uit en stopte die in de collectebus. Kijk, zo kan het dus ook.

Dagpauwoog

Foto: Arie Mastenbroek

Dagpauwoog

In de tuin van het hotel was het best te houden. Biertje/wijntje op het verweerde tafeltje. Een niet al te agressief zonnetje. Een goed boek. Hoppa. Hotelbeleving compleet.

De rust werd enigszins verstoord toen een gezelschap arriveerde, dat behoorlijk detoneerde met de rest van het publiek. (Dat bestond vooral uit stelletjes van vijftig jaar en ouder. Moezelmensen, dus.) De nieuwkomers leken collega’s van elkaar. Kantoorjongens die een paar dagen los mochten. Voor teambuilding of zo. Niks mis mee natuurlijk. Oké, af en toe kwam er een hete aardappel voorbij. En er werd nogal betweterig gediscussieerd over de witte wijn. Maar ach, dat hoort erbij.

Het gezelschap telde één dame. Wat haar functie was in het bedrijf van herkomst, viel moeilijk in te schatten. Ze deed wel erg haar best om zich als minderheid te laten gelden. Veelal door (te) luidruchtig te praten. En door grapjes te maken. Grapjes die niet echt hielpen om haar populariteit bij de mannelijke meerderheid te vergroten.

Toen gebeurde het. Een vlinder kwam voorbij. Op zich niet bijzonder. De tuin was rijkelijk begroeid met planten en struiken waar menig vlinder graag een stukje voor omvliegt. Het was haar reactie die bijzonder was. “Een dagpauwoog”, gilde ze. Alsof het een wonder was. Een openbaring. Hier, in deze kneuterige Veluwse hoteltuin, vloog een vlinder waarvan zij de naam kende. Ze leek te willen zeggen: “Kijk jongens. Jullie weten alles van computers, boekhouden, marketing en bedrijfskunde. Jullie hebben jarenlang de dienst uitgemaakt. Jullie hebben wel een piemel. Maar ik, ik ken deze vlinder.”

Ze nam haar iPhone en ging achter de vlinder aan. Die moest en zou op de foto. Anders zouden ze het thuis nooit geloven.

Daar ging ze. Met haar digitale vangnetje. Prikkebeen met tieten.

Contact

Buitentuin 81
5301 WN Zaltbommel

(06) 37 30 34 09
anjo@anjoblatter.nl

® Anjo Blatter 2019 • Alle rechten voorbehouden.